Norbert Ghisoland

De werken van Norbert Ghisoland (1878 – 1939)

Arsenale 
55e Internationale Kunsttentoonstelling
La Biennale di Venezia
1 juni – 24 november 2013

Er is herhaaldelijk aandacht geweest voor het werk van Norbert Ghisoland. In 1978 wijdde Jacques Damase, toen de uitgever van onder meer Sonia en Robert Delaunay, een eerste boek aan hem dat zich toespitste op de periode 1910-1930. Vervolgens, in 1991, publiceerde Robert Delpire, toen directeur van het Centre National de la Photographie, een deel in de collectie Photo Poche, dat gepaard ging met een tentoonstelling in het Palais de Tokyo en werd geprezen door de critici. Het leek erop dat de nieuwsgierigheid permanent was zonder dat iemand echt het werk voluit durfde te bejubelen, dat nochtans zijn plaats heeft in het overzicht van het portret en niet nalaat om verbluffende vragen te stellen aan de geschiedenis van de fotografie en aan de manier waarop ze is geschreven en geschreven blijft worden.

De portretten van Ghisoland hebben als bijzonder aspect dat ze in de lijn liggen van een ambachtelijk werk, commercieel, professioneel, zonder artistieke pretentie en dat ze, ondanks alles, een indruk maken op ons die veel verder gaat dan de conventies van het poseren, het gebruik van licht en de terugkerende opstellingen in het genre. De geschilderde achtergrond, een wazig landschap zonder betekenis, de meubels volgens de bourgeois conventies, het licht dat tegelijk met kennis van zaken zacht is en zonder invloed, dat is allemaal bekend. En meestal is het ook erg vervelend. Maar wat ons hier het eerste opvalt zijn de individuen, met mensen die gewoonlijk geen plaats hebben in een dergelijk decor omdat ze deel uitmaken van een proletariaat dat onhandig de houding aanneemt, enige geremdheid voelt, niet lacht of slechts moeizaam. De kleine danseres is niet sierlijk, te veel kinderen zijn vroegtijdig groot geworden en de spelletjes van de getrouwde kinderen of soldaten geven een diep lijden weer. Voeg daaraan een zin - of toch zeker een stijl - van licht surrealisme toe voor de vermommingen die reeds in discrepantie staan met de gelaatsuitdrukking. De buitenkant, de hardheid van het uiterlijk, dringt ondanks de uitdossing door tot in de studio en wanneer een kind een ballon oplaat, zorgt een eigenaardigheid in de verhoudingen tussen de vormen ervoor dat elke mogelijkheid tot verleiding uitgesloten is. Het is in deze portretten van een identiteit dat men deze situatie het sterkst voelt, deze innerlijke pijn die wordt verbonden met een waardigheid. Er zijn ontegensprekelijk karakterkoppen, sterke gezichten, maar in de blikken zit ook lichte verkramptheid, ontreddering. En dat raakt ons diep.

Waarom heerst dus dat gevoel dat de blik van Ghisoland apart staat? Waarom net hij, terwijl er honderdduizenden respectabele ambachtslui, zoals hij, op vraag hetzelfde type werk hebben verricht, een beetje overal ter wereld. Men stelt zich diezelfde vraag met betrekking tot Virxilio Vieitez in het arme Galicië van Spanje in de tijd van Franco, met betrekking tot Martin Chambi, die fanaticus van groepsbeelden in het Peru van de jaren 30, met betrekking tot Disfarmer die doodgewone Amerikanen fotografeerde in de jaren vijftig, met betrekking tot Seydou Keita of Malik Sidibé in Mali, zoals ook nog enkele anderen, zeldzame kunstenaars. Wat maakt dat zij verschillend zijn? Zou daar niet de essentie liggen van wat het betekent om, zonder er aanspraak op te maken, kunstenaar te zijn?

Bio

De kunstenaar/fotograaf werd geboren in België in 1878, in La Bouverie, in de streek van de Borinage, en was van 1897 tot 1900 leerjongen bij een fotograaf in Bergen. Zijn vader was mijnwerker, werkte onder de grond, en wilde dat zijn zonen een beter lot zouden kennen dan het zijne. Eerst was hij voorbestemd om houtbewerker te worden, maar Norbert nam de plaats in van zijn broer, die om het leven kwam bij een ongeval en fotograaf zou worden. Wanneer hij zich in 1902 vestigt in Frameries, vlakbij zijn geboorteplaats, opent hij een fotowinkel op de gelijkvloerse verdieping van het huis waar het gezin woont. Daar sterft hij op 2 november 1939. Heel zijn leven, bijna zonder te bewegen, fotografeert hij, in opdracht, een hele bevolking die bij hem komt aankloppen voor een portret ten voeten uit ter gelegenheid van een familiegebeuren of, frequenter, voor een identiteitsportret.

Wanneer hij komt te overlijden laat hij 90.000 negatieven na tussen glazen plaatjes die hij had bewaard in kartonnen dozen, ordentelijk geklasseerd en genummerd, om meteen in staat te zijn nieuwe afdrukken te maken wanneer de klanten er eventueel om zouden vragen. Vandaag blijft daar slechts de helft van over, omdat de anderen aan Nederland werden geschonken als teken van solidariteit wanneer het land, na de overstromingen van 1953, te kampen had met een enorme schaarste aan glas. En nu we zien wat er overblijft, kunnen we slechts bewogen worden door wat er had kunnen gebeuren en het risico dat het hele fonds verloren had kunnen gaan, zoals gebeurde met vele studio-archieven die, zelfs als ze de uitzonderlijke kwaliteit van het werk van Ghisoland niet haalden, vaak op de stortplaats terechtkwamen.