Chantal Akerman

Een inleiding tot een van ‘s werelds belangrijkste en meest enigmatische filmmakers.

Chantal Akerman op de set van Almayer’s Folly (2011)

Je, tu, il, elle en La Captive worden vertoond op het 27e BFI London Lesbian & Gay Film Festival.

Professor Emma Wilson zal er een discussie leiden over het werk van de regisseur in Chantal Akerman: From Where?, een speciaal evenement in de BFI Reuben Library tijdens het 27e BFI London Lesbian & Gay Film Festival. Op het Lesbian & Gay Film Festival in Londen dit jaar vieren we de baanbrekende filmmaker Chantal Akerman. Buiten de echte cinefielen hebben nog maar weinigen over haar gehoord, en zij die dat wel hebben, kunnen waarschijnlijk onmogelijk de titel van haar bekendste werk noemen. Dus voor beginnelingen, of gewoon diegenen die hun kennis over Akerman willen opfrissen, volgen hier een paar weetjes over een van de belangrijkste, maar nog steeds genegeerde regisseurs ter wereld.

Zij heeft de beste, door een vrouw geregisseerde film ooit gemaakt.

Toch volgens de recentste poll van de 100 beste films aller tijden van het tijdschrift Sight & Sound. In de poll onder critici van 2012 haalden slechts twee vrouwen de top 100 – Claire Denis voor Beau Travail (1998) op nummer 78 en, op nummer 35, Chantal Akerman voor Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975). In dit belangrijke werk uit de experimentele cinema vertolkt Delphine Seyrig een huisvrouw die de toeschouwer drie dagen volgt. Geleidelijk aan wordt haar huiselijke leven (aardappelen schillen, breien en zich prostitueren) ontrafeld, met een verbijsterend resultaat.

Het is haar meest toegankelijke en meest uitdagende film. De duur (3 uur en 20 minuten) en traagheid kunnen afschrikken, maar zodra de toeschouwer zich aanpast aan het buitengewone, gewone ritme van de film, krijgt hij een van de meest hypnotische, scherpe en unieke portretten in de cinema ooit.

Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975)

Ze is jong begonnen, erg jong. Ze draaide Saute ma ville (1968) op 18-jarige leeftijd (wordt vertoond op het Festival voor Je, tu, il, elle). Ondanks de formele gelijkenissen met haar bekendste werk, omdat hij over een meisje gaat dat een keuken binnenkomt en alledaagse taken uitvoert op een bizarre en warrige manier, beschreef Akerman hem als “het tegenovergestelde van Jeanne Dielman, dat was berusting. Dit hier is woede en dood.”

Ze is de jongste regisseur die ooit een plekje bemachtigde in de Sight & Sound Top 100 – ze was amper 24 toen ze Jeanne Dielman maakte, jonger dan Orson Welles (die 25 was toen hij Citizen Kane maakte), Sergei Eisenstein en François Truffaut (die beiden 27 waren toen ze respectievelijk Slagschip Potemkin en Les Quatre Cents Coups maakten).

Saute ma ville (1968)

Ze is gay

Maar ze weigert zich in een vakje te laten stoppen. Zoals David Edgar het stelt, “haar werk past niet in de bestaande categorieën van LGBT-cinema, en verzet zich misschien zelfs tegen zulke definities.” Er zijn uitzonderingen, vooral dan Je, tu, il, elle (1974), waarin het vrouwelijke hoofdpersonage (Akerman zelf) het appartement bezoekt van een vrouw die haar ex-geliefde zou kunnen zijn en passionele seks met haar heeft in één lange take. Hoewel het aarzelende camerastandpunt voyeuristisch lijkt, sluit de statische beeldvoering bij deze unieke seksscène eventuele pornografische bedoelingen volledig uit, ondanks de naaktheid.


We boffen dat we Je, tu, il, elle op het LLGFF mogen vertonen – in zijn boek Images in the Dark stelt Raymond Murray dat Akerman er niet happig op is om haar film te vertonen op een filmfestival voor homo’s en lesbiennes.

Je, tu, il, elle (1976)

Ze reist graag

Samen met de broers Dardennes (L’Enfant, The Kid with a Bike) is ze waarschijnlijk de bekendste Belgische filmmaker. Maar haar geboorteland bericht niet vaak over haar werk. Nadat ze de filmschool voor bekeken hield, is ze verhuisd naar New York. Daar raakte ze geïnspireerd door de experimenten die ze zag in de Anthology Film Archives (met name het werk van Michael Snow), en maakte ze een paar van haar vroegste films, waaronder Hotel Monterey en La Chambre (beide in 1972). De meeste handelingen van Jeanne Dielman vinden binnenshuis plaats, terwijl veel van Akerman films personages in het buitenland, zoals News from Home (1976) en Les Rendez-vous d’Anna (1978) betreffen.

Haar later werk gebruikt de documentairestijl om levens over de hele wereld vast te leggen. D’Est (1993) is een geobsedeerd snapshot over Rusland en Oost-Europa dat ze vlak na de ineenstorting van het communisme heeft gedraaid. Sud (1999) beschrijft een rassenmoord in het in diepe zuiden van de VS. In Là-bas (2006) brengt ze een woelig bezoek aan Israël (Akerman is joodse, en de dochter van Holocaust-overlevenden).

D’Est (1993)

Ze zorgde voor een revolutie in de portrettering van vrouwen en vrouwelijke lust op het witte doek.

Ze wordt beschouwd als een van de belangrijkste feministische filmmakers, en heeft de beeldvorming van vrouwen op het scherm voortdurend uitgedaagd. In een essay voor Sight & Sound, schrijft professor Janet Bergstrom:

Akerman de filmmaker groeide op in de beginperiode van het feminisme, en [haar films uit de jaren 70] werden referenties binnen het ontluikende gebied van de feministische filmtheorie. Feminisme stelde de ogenschijnlijk eenvoudige vraag van wie er spreekt wanneer een vrouw in een film spreekt (als personage, als regisseur); Akerman overtuigde dat de aanspreekwijze eerder dan de verhalen op zich de plaats zijn van hun feministisch perspectief.
De vele discussies over wat de “cinema van de nieuwe vrouw” vormt, zouden moeten worden beslist rond een zogenaamde tweedeling tussen het zogenaamde realistische (lees toegankelijke) en avant-gardistische (lees: elitaire) werk; Akerman films maakten deze verschillen irrelevant en toonden de beperktheid van de categorieën aan.

Je, tu, il, elle (1976)

Haar vroege films zijn intense kijkervaringen

Ze zag Pierrot le fou (1965) van Jean-Luc Godard op 15-jarige leeftijd toen ze weinig interesse had voor films. Ze had nog nooit van deze regisseur gehoord, maar was onmiddellijk enthousiast over indringendheid van de film, die ze beschreef als “zoals praten met een persoon”. Het is een stijl waarop veel van haar werk is geïnspireerd, van de intieme vrouwelijke overpeinzingen van Jeanne Dielman en Les Rendez-vous d’Anna tot de lange takes en vormherhaling in Hotel Monterey, en het ontdekken van onverwachte schoonheid in een goedkoop hotel in Manhattan (een film met veel invloeden van het werk van Edward Hopper).

Persfoto van Les Rendez-vous d’Anna (1978)

Je kan haar niet in een vakje stoppen

Golden Eighties (1986) is een pittige, levendige musical in de stijl van Jacques Demy, in een Parijs shoppingcenter. La Captive (te zien op het Festival) is een verfilming met een mannelijk hoofdpersonage dat La Prisonnière van Marcel Proust als uitgangspunt neemt voor een studie van de seksualiteit en liefde. Demain on déménage (2004) is een luchtige komedie met Sylvie Testud als neurotische schrijfster en Aurore Clément als haar idiote moeder.

Ze is uniek – hopelijk leidt deze beperkte viering in maart in de toekomst tot een volledige overzichtstentoonstelling.



Alex Davidson
Update: 7 februari 2014