Invisible Beauty

Invisible Beauty
Nationale Paviljoen van België


Curated by Philippe Van Cauteren, artistic director S.M.A.K.
Ruya Foundation for Contemporary Culture in Iraq
Ca’ Dandolo – Grand Canal San Polo 2879 Venezia
Vaporetto: San Tomà
Data: 9 mei – 22 november 2015
Openingstijden: Dinsdag – donderdag, 10.00 – 18.00.
Persconferentie:  woensdag 6 mei 14.00 – 16.00 (14.30 Curator talk)
Vernissage: woensdag 6 mai 18.00 – 20.00
In S.M.A.K. lente 2016

De Ruya Foundation for Contemporary Culture in Iraq (Ruya) is verheugd haar plannen aan te kondigen voor het Nationaal Paviljoen van Irak op de 56ste Biennale di Venezia in mei 2015. De tentoonstelling Invisible Beauty, met als curator Philippe Van Cauteren, artistiek directeur van S.M.A.K. (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst) in Gent, brengt werk van vijf hedendaagse kunstenaars uit Irak en de diaspora. De kunstenaars werken met diverse media en het Paviljoen zal zowel nieuwe werken bevatten die speciaal voor de tentoonstelling gecreëerd zijn als werken die na lange tijd herontdekt zijn. Naast de tentoonstelling worden ook meer dan vijfhonderd tekeningen getoond die gemaakt zijn door vluchtelingen in Noord-Irak. De wereldberoemde kunstenaar Ai Weiwei heeft een aantal van deze tekeningen geselecteerd voor een grote publicatie die voorgesteld zal worden op de Biënnale.

‘Invisible Beauty’ verwijst zowel naar de ongewone of onverwachte onderwerpen in de werken die tentoongesteld zullen worden als naar de onvermijdelijke onzichtbaarheid van Iraakse kunstenaars op de internationale scène. In de tentoonstelling komen talrijke thema’s aan bod, waaronder de relatie tussen kunst en overleven, archiveren, therapie en schoonheid. De eindeloos interpreteerbare titel wil de vele verschillende manieren blootleggen waarop men kunst kan benaderen die is voortgebracht door een land dat onderworpen is geweest aan oorlog, genocide, mensenrechtenschendingen, en het afgelopen jaar ook de opgang van ISIS. Door de systematische vernieling van het culturele erfgoed van Irak door ISIS, zoals de recente vernietiging van eeuwenoude historische sites in Hatra, Nimrud en Nineve en de gebeurtenissen in het Mosul-museum, is het belangrijker dan ooit geworden om te focussen op kunstenaars die in Irak blijven werken.

Curator Philippe Van Cauteren zegt hierover: ‘Invisible Beauty is als een fragiel vlies dat de trillingen registreert van een artistieke praktijk die doordrongen is van de actuele toestand van het land en de toestand van de kunsten daar.’

De kunstenaars in de tentoonstelling zijn Iraakse fotografen uit twee generaties, namelijk Latif Al Ani en Akam Shex Hadi, performancekunstenaar Rabab Ghazoul, keramist en beeldhouwer Salam Atta Sabri en schilder Haider Jabbar. Deze selectie werd gemaakt door Van Cauteren na een reis naar Irak die werd georganiseerd en ondersteund door Ruya, en uitgevoerd in het gezelschap van Tamara Chalabi, voorzitter en medeoprichter van de Ruya Foundation. Van Cauteren en Chalabi bezochten ook Iraakse kunstenaars die werken in de Verenigde Staten, Turkije, België en het Verenigd Koninkrijk.

Zowel Al Ani als Atta Sabri wonen in Bagdad, terwijl Shex Hadi in Iraaks Koerdistan gevestigd is en Jabbar en Ghazoul buiten Irak werken, respectievelijk in Turkije en Wales. Een groot aantal Iraakse kunstenaars blijft werken in een orthodoxe esthetische traditie die is ingeperkt door klassieke onderwijsmethodes. De kunstenaars van het Paviljoen vertegenwoordigen een breuk met die traditionele beperkingen, zowel wat stijl en media betreft als in bredere maatschappelijke aspecten als gender en leeftijd. Alle kunstenaars verwijzen in hun werk naar de huidige politieke toestand en bewegen zich tussen ethiek en esthetiek, maatschappelijke bekommernissen en artistieke waarden. Vanwege de uiteenlopende leeftijden van de kunstenaars vertegenwoordigt de tentoonstelling in zekere zin een mentale en emotionele geschiedenis van Irak en tracht ze de vraag te stellen wat het woord ‘hedendaags’ kan betekenen voor een land waar een goed ontwikkelde culturele infrastructuur ontbreekt.

Latif Al Ani (°1932) wordt beschouwd als de grondlegger van de Iraakse fotografie. Zijn omvangrijke carrière als documentair fotograaf strekt zich uit van de late jaren 1950 tot de late jaren 1970, toen het onmogelijk werd om te fotograferen in het openbaar, door de toenemend autoritaire sfeer van het Saddam-regime en de Iraans-Iraakse oorlog. Door een tweeledig denken zijn zowel moderniserende tendensen als het behoud van eeuwenoude tradities thema’s in Al Ani’s werk. De tentoonstelling in het Paviljoen focust op werken uit de vroege periode van zijn carrière.

In tegenstelling tot Al Ani vertegenwoordigt Akam Shex Hadi (°1985) een latere generatie van Iraakse fotografen. Met zijn geënsceneerde, symbolische werken heeft hij deelgenomen aan fotografiefestivals in heel Azië en het Midden-Oosten. Net als Haider Jabbar toont hij zich in zijn werk bezorgd over de opgang van ISIS en de vluchtelingencrisis. Voor het Paviljoen heeft hij een nieuw werk gecreëerd dat uit 28 foto’s bestaat. Een terugkerend motief in de reeks is een draad die zich ontrolt. Hij lijkt op een slang maar blijkt de vlag van ISIS te zijn – een voortdurende herinnering aan de verstrikkende eigenschappen van de groepering. Shex Hadi presenteert ook een reeks luchtfoto’s die iets afbeelden dat eruitziet als een groot uurwerk op de grond, behalve dat de cijfers niet op hun gebruikelijke plaats staan. Een voorover liggende figuur die een wijzer van het uurwerk voorstelt, maakt van het werk een overpeinzing over de menselijke capitulatie voor de tijd, een soort memento mori.

De schilder Haider Jabbar (°1986) toont een reeks portretten in aquarel die reflecteren over de ISIS-crisis en de vele slachtoffers die ze heeft geëist. Deze werken zijn schokkende, vaak genadeloze voorstellingen van het lot van jonge mannen die gestorven zijn in het conflict. De mannen worden enkel door casenummers geïdentificeerd. Jabbar, die zichzelf beschouwt als deel van een generatie jonge mannen van wie het leven nodeloos verwoest is door decennialange conflicten in Irak, is van plan tweeduizend van deze werken te maken. Jabbar is zelf een vluchteling; hij leeft en werkt nu in Turkije, met de steun van de Ruya Foundation.

Rabab Ghazoul (°1970) speelt in haar werk ook in op haar specifieke geografische relatie tot Irak. Ghazoul, die in Wales woont, maakt een nieuwe performance voor het Paviljoen, met als uitgangspunt het Chilcot-onderzoek (n.v.d.r.: een Brits openbaar onderzoek naar de rol van het Verenigd Koninkrijk in de Iraakse oorlog). Ghazouls werk onderzoekt onze relatie tot politieke en sociale structuren. Een deel van dit nieuwe werk wordt een inventaris van officiële getuigenissen over de oorlog in Irak die recent zijn afgelegd door anonieme Britse burgers. Dit aspect van het werk belicht drie kernthema’s van de tentoonstelling: kunst als een daad van catalogiseren, de correlatie tussen het moment waarop een werk wordt gemaakt en zijn formele eigenschappen, en ideeën over wat iets tot een gemeenschap maakt. Ghazoul, de enige vrouwelijke kunstenaar van wie werk wordt getoond in het Paviljoen, heeft verschillende solotentoonstellingen gehad in Cardiff en heeft deelgenomen aan tal van groepstentoonstellingen in Wales en de rest van Europa.

Salam Atta Sabri (°1953) heeft een heel ruime werkervaring in het kunstenbeleid in Irak en in het buitenland, maar hoewel hij is opgeleid tot keramist en zeer veel tekent, heeft hij zijn tekeningen nog nooit in het openbaar getoond. Tussen 2012 en 2015 heeft hij zo’n driehonderd tekeningen gemaakt, waarvan meer dan honderd te zien zullen zijn in het Paviljoen. Deze uiterst persoonlijke werken laten de ervaring zien van een kunstenaar die probeert werk te creëren in de schaduw van een afbrokkelende kunsteninfrastructuur. Atta Sabri keerde in 2005 terug naar Bagdad nadat hij zestien jaar in de Verenigde Staten en in Jordanië had gewoond. Zijn tekeningen kunnen worden opgevat als een dagboek waarin de kunstenaar de existentiële tragedie aan de orde stelt die hij ondergaat bij de terugkeer naar zijn geboortestad.

Omdat meer en meer eeuwenoude sites en heiligdommen die deel uitmaken van het werelderfgoed van Irak worden vernietigd, gelooft Ruya dat het belangrijker is dan ooit om te focussen op kunstenaars die onder zulke moeilijke omstandigheden blijven werken. Het Paviljoen biedt een podium om deze kunstenaars zichtbaar te maken.

 

TRACES FOR SURVIVAL: tekeningen door vluchtelingen in Irak, geselecteerd door Ai Weiwei

Naast de tentoonstelling worden ook tekeningen getoond die gemaakt zijn door vluchtelingen in Noord-Irak. In december 2014 startte Ruya een campagne om tekenmateriaal te bezorgen aan volwassen mannen en vrouwen in vluchtelingenkampen. Ruya bezocht de kampen Shariya, Baharka en Mar Elia. In de loop van vijf dagen verzamelde de stichting 546 bijdragen, waaronder tekeningen, poëzie en proza, die allemaal tentoongesteld zullen worden.

Uit de bijdragen spreken ontzettend krachtige reacties op het leven in de vluchtelingenkampen. Zo tekende een veertigjarige man tanks en vliegtuigen die op elkaar vuurden, met als bijschrift: ‘Ons volk heeft alleen nog maar in oorlog en vernieling geleefd’, terwijl een andere afbeelding een geïsoleerde figuur in een overstroomd vluchtelingenkamp voorstelt die smeekt: ‘Red ons van de verdrinkingsdood. Ik ben een Irakees.’ In tegenstelling daarmee geven andere tekeningen het leven voor de vluchtelingencrisis weer, met onder meer een stralende afbeelding van Mosul voor ISIS daar de macht greep en een voorstelling van een traditioneel jezidifestival.

Een aantal van deze tekeningen zijn door Ai Weiwei geselecteerd voor een grote publicatie, getiteld TRACES FOR SURVIVAL: Drawings by Refugees in Iraq, selected by Ai Weiwei, die zal verschijnen ter gelegenheid van de Biënnale. De opbrengsten van het boek vloeien terug naar degenen die er de inhoud voor hebben aangeleverd.

 – EINDE –

 

Info voor de pers

Gelieve voor alle persvragen contact op te nemen met Rees & Company:

Rosanna Hawkins | | +44 (0)20 3137 8776 | +44 (0)7910 092 634

Carrie Rees | | +44 (0)20 3137 8776 | +44 (0)7763 708 346

 

Over de Ruya Foundation for Contemporary Culture in Iraq

De Ruya Foundation for Contemporary Culture in Iraq (Ruya) is een niet-gouvernementele non-profitorganisatie die geregistreerd is in Irak. Ze werd in 2012 opgericht door Iraakse kunst- en cultuurliefhebbers, met als doel cultuur in Irak te steunen en te verrijken, en culturele bruggen te bouwen met de rest van de wereld. Ruya’s fundamentele doel is cultuur in Irak te bevorderen – een missie met een bijzonder belang in een tijd waarin de prioriteiten elders geconcentreerd zijn – en een duurzaam platform te bouwen dat Irakezen in de kunsten, vooral de jongeren, in staat zal stellen voordeel te halen uit internationale evenementen en eraan deel te nemen. Voor meer details over Ruya’s uitgebreide reeks projecten, zie http://www.ruyafoundation.org.

Gelijktijdig met haar voortdurende ondersteuning van lokale projecten ligt de focus van Ruya op het creëren van een netwerk van interculturele evenementen, waardoor ze kan bijdragen aan de ontwikkeling van de burgermaatschappij in Irak en een multiculturele dialoog kan blijven bevorderen via de kunsten. Ruya’s unieke netwerk van kunstenaars omvat zowel mensen die in Irak werken als daarbuiten en behelst alle disciplines in de beeldende, uitvoerende en literaire kunsten. Dit netwerk biedt een onvergelijkbaar overzicht van de hedendaagse cultuur in Irak en stelt culturele organisaties in staat deze cultuur te zien en ermee in verbinding te treden via de stichting. Ruya is wereldwijd actief en werkt samen met instellingen om regelmatige en zinvolle kansen te creëren voor Iraakse kunstenaars, onder meer in de vorm van residenties en tentoonstellingen.

 

Over Philippe Van Cauteren

Philippe Van Cauteren is artistiek directeur van S.M.A.K. (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst) in Gent. Sinds 2004 leidt hij het museum doorheen nieuwe ontwikkelingen die het in staat stellen tegemoet te komen aan de noden en vereisten van een hedendaags kunstmuseum. Onder zijn leiding concentreerde het tentoonstellingsprogramma zich hoofdzakelijk op grote monografische tentoonstellingen: Lois Weinberger (2006), Kendell Geers (2007), Paul McCarthy (2008), Mark Manders (2009), Dara Birnbaum (2009), Koen van den Broek (2010), Jorge Macchi (2011), Nedko Solakov (2012), Joachim Koester (2012), Maria Nordman (2013), Javier Tellez (2013), Richard Jackson (2014) en Thomas Ruff (2014).

Tijdens de 55ste editie van de Biennale di Venezia was hij cocurator van de tentoonstelling in het Paviljoen van België, Kreupelhout – Cripplewood door Berlinde De Bruyckere, van wie momenteel een retrospectieve loopt in S.M.A.K. Illustratief voor Van Cauterens bijzondere interesse voor kunst in de publieke sfeer was de internationale tentoonstelling TRACK (2012) in Gent, waarvan hij cocurator was samen met Mirjam Varadinis (curator bij het Kunsthaus in Zürich). Voor hij bij S.M.A.K. aan de slag ging, werkte Van Cauteren als freelance curator en publicist in Duitsland, Mexico, Chili en Brazilië. Hij was curator van de eerste Bienal Ceará América in Fortaleza, Brazilië in 2002. Hij schrijft en spreekt regelmatig over hedendaagse kunst.

 

Over de kunstenaars in het Paviljoen

Latif Al Ani (°1932) heeft het grootste deel van zijn omvangrijke oeuvre gemaakt tussen de jaren 1950 en 1970. Zijn realistische werken documenteren het brede terrein van het dagelijks leven in Irak in die periode. Daardoor brengt zijn werk een aspect van de Iraakse maatschappij in beeld dat nu verloren is gegaan. Al Ani begon zijn carrière als fotograaf voor de Iraqi Petroleum Company (het meeste van zijn werk dat hij voor 1958 heeft gemaakt, is nog steeds in het bezit van haar nog bestaande dochterondernemingen) en daarna had hij solotentoonstellingen in het hele Midden-Oosten. Hij heeft gewerkt in het Midden-Oosten, Europa en de VS. Zijn werk getuigt van zijn interesse voor archeologie en het moderne leven, en het snijpunt dat architectuur vormt tussen die twee.

Salam Atta Sabri (°1953) is docent aan het Folkloric Art Institute in Bagdad. Tussen 2010 en 2015 was hij directeur van het National Museum of Modern Art in Bagdad, dat in 2003 75% van zijn collectie verloor door plunderingen. Atta Sabri keerde in 2005 naar Bagdad terug nadat hij gedurende zestien jaar in de VS en Jordanië had gewoond. Zijn werken gaan rechtstreeks over de ervaring van terugkeren naar een land dat zo veranderd is door conflicten. Hoewel hij zijn hele leven in de kunstensector heeft gewerkt en oorspronkelijk is opgeleid tot keramist, heeft Atta Sabri tot nu toe al zijn eigen tekeningen uit de openbaarheid weggehouden.

Rabab Ghazoul (°1970) is een performancekunstenaar die in Cardiff, Wales woont. Haar werk onderzoekt de oorzaken en gevolgen van politieke en sociale structuren en hoe gewone mensen met het politieke omgaan. Haar werk neemt vele vormen aan, zoals video, installaties, tekst, performance, of interventies en ontmoetingen in de publieke ruimte. Al haar werk is gebaseerd op dialogen en ze maakt veelvuldig gebruik van teksten – gevonden, geschreven, opgezocht of op verzoek gemaakt. In het Paviljoen zal Ghazoul één deel tonen van een groter project dat het Chilcot-onderzoek als uitgangspunt heeft. Ghazoul heeft solotentoonstellingen gehad in g39 en Chapter Arts Centre in Cardiff en heeft aan tal van internationale groepstentoonstellingen deelgenomen.

 Haider Jabbar (°1986) begon zijn carrière in de filmwereld, waar hij als art director aan kortfilms en speelfilms meewerkte. Hij volgde een klassieke kunstopleiding aan het Baghdad Institute of Fine Arts, maar slaagde erin te ontsnappen aan de restricties van de canon en maakt nu werk in een heel intieme en directe schilderstijl. Hij heeft twee solotentoonstellingen gehad in Bagdad; de tweede daarvan, in 2013, was getiteld ‘RCU’ (Respiratory Care Unit), als eerbetoon aan zijn overleden moeder. Nu leeft Jabbar als vluchteling in Turkije, waar hij zijn carrière als kunstenaar voortzet via een beurs van de Ruya Foundation. Zijn werken voor het Paviljoen focussen op degenen die in Irak door ISIS zijn gedood, en kunnen gezien worden als een persoonlijke registratie van menselijke catastrofes.

Akam Shex Hadi (°1985) is een fotograaf uit Sulaymaniyah in Iraaks Koerdistan. Zijn praktijk kan beschouwd worden als geënsceneerde fotografie, die niettemin een sterk documentair aspect heeft. Shex Hadi heeft voor het Paviljoen een nieuw werk gemaakt dat rechtstreeks over ISIS en over het lot van Iraakse vluchtelingen en interne verdrevenen gaat. Voor dit project heeft hij tijd doorgebracht bij vier verschillende vluchtelingengemeenschappen in heel Irak om hen te fotograferen: jezidi’s, kobani’s, christenen en kakais. Shex Hadi heeft deelgenomen aan verschillende festivals in Azië en het Midden-Oosten, waaronder het Chobi Mela International Photography Festival in Bangladesh in 2013. Hij heeft ook prijzen gewonnen voor zijn werk, waaronder de T.A.W. Larsa Prize for Creative Photographers.

 

Verdere informatie

Naar aanleiding van de tentoonstelling maakt Ruya ook een publicatie over het thema ‘Invisible Beauty’ in samenwerking met Mousse Publishing. De publicatie zal nieuwe teksten bevatten die hiervoor in opdracht geschreven zijn en teksten over de kunstenaars in het Paviljoen.

 

Curator: Philippe Van Cauteren, artistiek directeur, S.M.A.K. (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent)

Opdrachtgever: Ruya Foundation for Contemporary Culture in Iraq (Ruya)

Plaatselijke opdrachtgever: Nuova Icona

http://www.ruyafoundation.org

Bezoekersinformatie

Invisible Beauty is open van 9 mei tot 22 november 2015, van dinsdag tot zondag, telkens van 10 tot 18 uur. In het voorjaar van 2016 reist de tentoonstelling naar S.M.A.K.

Perspreview: woensdag 6 mei van 14 tot 16 uur (14.30 uur: toelichting door de curator)

De tentoonstelling vindt plaats in een 16de-eeuws gebouw met zicht op het Canal Grande.

Dichtstbijzijnde vaporetto: San Tomà

 

Ca’ Dandolo

Canal Grande

San Polo 2879

Venetië